Domkerk en toren De Lier

De kerk bepaalt met haar stompe toren het dorpsbeeld van De Lier. Doordat de toren is verzakt, ga je eerst naar beneden, voordat je de toren kan gaan beklimmen. De kerk is waarschijnlijk gebouwd in het midden van de vijftiende eeuw. De laat-gotische kerk bestaat uit een driebeukig, pseudobasilicaal schip met hardstenen zuilen en een lager, driezijdig gesloten koor. In 1572 is een deel van de kerk vernietigd bij een brand die was ontstaan doordat de bliksem was ingeslagen. Pas in 1658 werd kerk hersteld, doordat vier jaar voor de brand de Tachtigjarige Oorlog was uitgebroken en de kerk net aan de Nederlands Hervormde kerkgemeente was toegekend. In 1950-1959 is de kerk gerestaureerd. In het interieur is onder meer een zeventiende eeuwse preekstoel met toogpanelen en daar aan bevestigd een doopvont uit 1659, geschonken door Ari Cornelisz. van Olsthooren te bezichtigen.
​Het orgel is in 1969 gebouwd door de firma Metzler en Söhne uit Zwitersland. In 1976 is het carillon in gebruik genomen.

Geschiedenis

In 1245 kreeg De Lier het recht een eigen parochie te vormen. Daarvoor behoorde het grootste deel van De Lier tot de grote parochie Maasland. Er stond ook een kleine kapel bij of in kasteel Uitterlier, ten noorden van De Lier, dicht bij de grens met Naaldwijk.

Men mag aannemen, dat de Lierenaars kort na of al in 1245 een eigen, houten, kerk hebben gebouwd. Wanneer deze kerk is vervangen door een stenen gebouw is niet zeker. De huidige kerk en toren zijn waarschijnlijk gebouwd in het begin van de vijftiende eeuw.

Kerk

We kunnen de kerk omschrijven als een laat-gotische kerk, bestaande uit een driebeukig, pseudobasilikaal schip en een lager, driezijdig gesloten koor. De kerk heeft houten tongewelven met trekbalken en kapellen ter weerszijden van het koor.

Bij de restauratie in de vijftiger jaren van de vorige eeuw heeft men besloten de pilaren niet meer te bepleisteren, zodat men nu de kale stenen kan zien: lagen baksteen afgewisseld met banden van natuursteen. Deze banden dienden om te voorkomen, dat het verse metselwerk tijdens de bouw uiteen zou zakken. Ze worden ankerlagen genoemd en zijn voorzien van metselaarstekens.

Toren

De toren dateert eveneens uit eerste helft van de vijftiende eeuw. Het is een zware, geheel in baksteen uitgevoerde laatgotische toren, die uit drie geledingen bestaat. Daarvan hebben de bovenste twee een versiering met nissen. Een uitgebouwde traptoren bevindt zich aan de zuidzijde.

De hoogte is nu zo’n dertig meter, maar de toren moet voor 1572, toen kerk en toren afbrandden, veel hoger zijn geweest. Hij werd namelijk bekroond met een ui-vormige spits, die als baken voor de scheepvaart op de Maas dienst deed. Tijdens de bouw begon de toren al snel te verzakken. Toen het eerste deel van de toren was uitgezakt, wilde men het vervolg er recht opzetten. Maar ook toen zakte hij weer iets verder, waarna het laatste deel er weer recht op werd gezet. Daardoor ziet men aan de buitenkant drie geledingen.

Hoezeer de toren is verzakt, is vooral in het portaal goed te zien. Om de wenteltrap te kunnen beklimmen moet men eerst een trapje af om de wenteltrap te kunnen beklimmen.

Brand

Op I juli 1572 ontstond er brand in toren en kerk. De brand is ontstaan door blikseminslag (tegenwoordig wordt tevens genoemd dat het ook door de geuzen kan zijn ontstaan). Het grootste deel van de kerk brandde uit en de toren verloor zijn spits.

Het herstel geschiedde in delen. Het koor werd herbouwd in 1590, zodat daar voortaan de kerkdiensten konden plaatsvinden. Op een balk op de scheiding van koor en schip is het jaartal 1590 nog te zien. De toren volgde vijftien jaar later. Om dit te kunnen bekostigen werd een zogenaamde torenaccijns geheven op bier en wijn die in de herbergen werd geschonken.

Pas in 1658 slaagde men erin de rest van de kerk te restaureren. Het jaar daarop werd de kerk feestelijk ingewijd. Overigens hebben er tussentijds en daarna ook vele restauraties plaatsgevonden. Zie bijvoorbeeld de in de toren ingemetselde steen uit 1665.

Rondgang door de kerk

Centraal staat de kansel uit 1658. De onderzijde is rijk besneden. Op de luifel zijn nieuwe letters aangebracht. Ze lijken van messing, maar zijn van lood, bespoten met goudpoeder. Ze vormen de tekst: JEZUS ZEDE: JA, ZALIG ZYN DEGENEN DIE HET WOORD GODS HOREN EN HETZELVE BEWAREN (Lucas 11 vers 28). Aan de trap van de preekstoel is een koperen doopvont bevestigd. Blijkens de inscriptie is deze in 1659, dus bij de restauratie, geschonken. De kerk bezit enige oude borden, namelijk een tiengebodenbord, een predikantenbord en een bord ter herdenking van de opbouw van de kerk in 1659.

Aan de noordzijde van de kerk is een gebrandschilderd glas-in-loodraam aangebracht. Het werd in 1920 onthuld ter herinnering aan Arend Dircksz. Vos, die op die dag precies driehonderdvijftig jaar eerder in Den Haag werd terechtgesteld, omdat hij als pastoor van De Lier was overgegaan naar de nieuwe leer.

De zeven elektrische kroonluchters werden tijdens de jongste restauratie van kerk en toren (1954-1958) geschonken door de Hervormde Vrouwenvereniging. In het koor liggen zes grafzerken, die tijdens de restauratie van de jaren vijftig van de vorige eeuw hier zijn verzameld. Ze liggen dus niet meer op hun oorspronkelijke plaats.

 

 

Bekijk Domkerk en toren De Lier

Plattegrond

Details

Bouwjaar
1590
Type monument
Rijksmonument
Type object
Kerk
Adres
Hoofdstraat 51, 2678 CG De Lier
Website