G27 Station ‘s-Gravenzande
Dit voormalige station werd gebouwd in 1904. Hier stopte vroeger de tram van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij. Ruim twintig jaar daarvoor, in augustus 1883, werd de spoorlijn van Den Haag naar ‘s-Gravenzande in gebruik genomen. De tram stopte toen nog aan het station aan de Noordwind.
De tram werd niet alleen voor het vervoer van tuinbouwproducten gebruikt, maar ook voor het personenvervoer. In de jaren dertig van de vorige eeuw ging het, door de opkomst van het wegvervoer, minder goed met de tram en werd overgeschakeld op busvervoer.
Sinds 1953 was in dit oude stationsgebouw de zaadhandel ‘De Nederlandse zaadcentrale’ van de heer Minnaar gevestigd. Nu is het monumentale gebouw in gebruik als woonhuis. In het gebouw is de oude bestemming van station nog zichtbaar. Ook de herinnering aan de zaadhandel is nog zichtbaar.
Voormalig station
Op 30 juli 1881 wordt de N.V. Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (WSM) opgericht. De maatschappij beperkt zich tot de aanleg van stoomtramwegen in het Westland en de exploitatie daarvan.
Er wordt gestart met de aanleg van het traject Den Haag Lijnbaan – Loosduinen. Op zaterdag 24 juni 1882 gaat de tramdienst op dit traject officieel van start. Vervolgens wordt gewerkt aan doortrekking van de lijn via Poeldijk naar Naaldwijk. Op 1 mei 1883 wordt dit traject in gebruik gesteld. In die periode wordt ook gewerkt aan de lijn Poeldijk-Monster-’s-Gravenzande. Op 14 augustus 1883 gaat deze lijn open. De tramlijn eindigde in ’s-Gravenzande aan de Monsterseweg bij de Noordwind. Daar werd ook het eerste station gebouwd. Tot 1885 werden de lijnen van de WSM geëxploiteerd door Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij en daarna door de WSM zelf. Aanvankelijk werden de lijnen gebruikt voor het personenvervoer, maar later in toenemende mate ook voor het goederenvervoer. Vanaf 1897 waren ook de Posterijen een belangrijke klant van de WSM. Voor het Westland was de komst van de stoomtram belangrijk voor de ontwikkeling.
In het begin van de twintigste eeuw vertonen zowel het reizigers- als het goederenvervoer een stijgende lijn. De eerste 12 jaar van de twintigste eeuw staan voor de WSM in het teken van nieuwe lijnen, aansluitingen op het landelijke spoorwegnet en verbetering van het bestaande tramwegnet. De eerste concrete uitbreiding van het net wordt de lijn van ’s-Gravenzande naar Hoek van Holland. Het bestaande eindpunt bij de Noordwind wordt buiten gebruik gesteld. Een honderdtal meters terug maakt het nieuwe traject een bocht naar het westen en gaat dan via de Zeestraat en de Noordlandseweg naar Hoek van Holland. Op 14 juli 1905 vindt de feestelijke opening van het baanvak ’s-Gravenzande – Hoek van Holland plaats.
Doordat het eindpunt bij de Noordwind buiten gebruik werd gesteld is er in ’s-Gravenzande een nieuw station nodig. Een paar honderd meter terug aan de Monsterseweg wordt in 1904 een nieuw station gebouwd in eclectische stijl met Jugendstil en chaletstijl elementen naar een ontwerp van D.P. van Ameijden van Duijm. Het gebouw was zowel stationsgebouw als woonhuis. De stationschef en zijn gezin woonde op de bovenverdieping. Beneden waren een kantoor, een vestibule en een wachtkamer. In Loosduinen wordt in hetzelfde jaar een identiek station gebouwd. In 1907 wordt in Naaldwijk, bij de verlenging van de tramlijn naar De Lier en de Maaslandse Dam, ook eenzelfde stationsgebouw neergezet. Dit station is echter gebouwd in spiegelbeeld van de stations in Loosduinen en ‘s-Gravenzande.
In de jaren twintig van de vorige eeuw ondervond de WSM steeds meer concurrentie van de autobus voor het reizigersvervoer en de vrachtwagen voor het goederenvervoer. Per 2 oktober 1932 werd het gehele reizigersvervoer per tram gestaakt. Dit gold ook voor het postvervoer. In de Tweede Wereldoorlog is het personenvervoer nog even teruggekomen. Door het tekort aan vloeibare brandstoffen besloot de WSM vanaf 1 maart 1942 de passagierstram weer te laten rijden op het traject van Loosduinen – ’s-Gravenzande / Naaldwijk. Lang heeft de passagierstram niet gereden. Per 5 april 1943 werd de tram voor personenverkeer weer gestaakt omdat de locomotieven nodig waren voor het vervoer van goederenwagens. Goederentransport was de belangrijkste taak van de tram en de reizigersdienst zat de goederentrams ook in de weg.
De concurrentie van de vrachtwagen werd in de loop van jaren sterker en dat werd zichtbaar in de verdere daling van het aantal beladen goederenwagens. De WSM moest het steeds meer hebben van het kolenvervoer maar dat had last van het populairder worden van olie. Vanuit de regio groeide tevens het verzet tegen de tram, die steeds meer als een obstakel voor het wegverkeer werd gezien. In 1965 werd het traject van Poeldijk naar ‘s-Gravenzande gestaakt en het traject Loosduinen – Schipluiden werd per 1 januari 1968 gestaakt.
In 1952 kreeg de veiling van ‘s-Gravenzande (als laatste veiling) een eigen aansluiting op het tramnet. Het station aan de Monsterseweg verloor zijn functie en in het oude stationsgebouw werd in 1953 een zadenhandel gevestigd. Op dit moment is het monumentale gebouw in gebruik als woonhuis.