Hervormde Kerk Wateringen

De toren is rond 1350 gebouwd en is daarmee het oudste gebouw van Wateringen. Bij een verbouwing in 1715 kreeg hij zijn huidige vorm. Dat er een klokkenspel in de toren zit is bekend, maar weet u ook dat er een gevangenis is?
De kerk werd een eeuw later rond 1450 gebouwd. Van de oorspronkelijke driebeukige kruiskerk resteert sinds de afbraak van koor en transept in 1819 alleen nog het pseudobasilicale schip. De preekstoel uit 1646 is afkomstig uit het voormalige hof van Frederik Hendrik  in Honselersdijk en is het pronkstuk van de kerk.

 

De oorspronkelijke kerk

De adellijke weduwe Ida uter Voert stelde omstreeks 1250 jaarlijks een som geld beschikbaar, ten gunste van een kapel in Wateringen die uit de parochie van Naaldwijk was ontstaan. Deze kapel werd rond 1450 vervangen door een kerk. De bouw hiervan gebeurde in fasen en in 1532 had de kerk haar grootste omvang. Er stond toen een driebeukige kerk, waarvan de zijbeuken doorliepen langs de toren. Het schip bevatte aan elke kant vier traveeën. Zware pilaren schraagden het dak van de kerk. Het koor was even lang als het schip. De transepten en het koor bereikten dezelfde hoogte als het schip. Aan de achterzijde had het koor een vijfzijdige afsluiting. Het plafond was open, ofwel de dakconstructie was zichtbaar, en is dat nog steeds op de zolders van de voorgebouwen. Aan de zuidzijde bevindt zich een uitbouw, de oorspronkelijke doopkapel. Vroeger was er nóg een uitbouw aan de zuidzijde, in de hoek gevormd door het transept en het koor. Dit was de sacristie. Buiten het hoofdaltaar, gewijd aan Sint Jan de Doper, waren er nog vier andere altaren.

Het beeld van de patroonheilige

Uit een document van 1570 is op te maken dat er tijdens de Beeldenstorm in 1566 geen ravage in deze kerk is aangericht. Dat het er hier rustig aan toe ging blijkt ook uit het feit, dat men alle tijd had het beeld van de schutspatroon zó goed te verbergen, dat het pas 250 jaar later tevoorschijn zou komen bij de afbraak van het koor en de transepten (1819). De katholieken wilden dit beeld van Sint Jan de Doper graag kopen om het in hun pas gebouwde kerk een ereplaats te geven. Of de hervormde kerkmeesters er te veel voor vroegen of dat de katholieken te weinig boden is niet bekend, maar ondanks de bemoeienis van de gouverneur der provincie ging de koop niet door en verdween het beeld voorgoed.

Reformatie

Bij de overgang in 1572 van de katholieke naar de protestantse eredienst bleven de meeste parochianen hun oude geloof trouw. Daar zij dit niet meer in hun kerk konden beleven, oefenden zij hun godsdienst in de schaduw van schuilkerken uit. Veel weten we niet over de feitelijke ommezwaai, maar het is niet waarschijnlijk dat er veel strijd is geleverd. Toch waren het benauwde tijden. Eerst maakten de Watergeuzen de streek onveilig en daarna werd het Westland door de Spanjaarden bezet. Pas rond 1574 kan men van een geregeld kerkelijk leven voor de protestanten spreken. De eerste reformatorische predikant was Aelbrecht van Schoonhoven. Hij werd in de kerk begraven. Zijn grafsteen ligt voor de preekstoel.

Financiële problemen

Alle kerkelijke goederen kwamen na februari 1573 in beheer van de Staten van Holland, die er deels predikanten en schoolmeesters van betaalden en deels er de oorlogslasten mee verrekenden. Omdat de kerkelijke goederen de kerk altijd van inkomsten hadden voorzien werd het onderhoud van de kerk voor de kerkbestuurders nu wel een heel zware last.

Sloop van koor en transepten

Na de Franse Tijd (1795-1813), een tijd van grote armoede, was de kerk er zeer slecht aan toe. Als het regende hadden de kerkgangers ‘s zondags de grootste moeite een droog plekje te vinden. Omdat er geen geld was voor een algehele restauratie besloot men in 1819 het koor en de transepten, die er het slechtst aan toe waren, af te breken en het resterend deel te herstellen. Er bleef nu slechts een romp van de eens zo fraaie, middeleeuwse kerk over.

Sloop van de pilaren

Een tweede ramp overkwam de kerk in 1936. Door de uitbreiding van de gemeente aan het begin van de twintigste eeuw, was de kerk te klein geworden. De goedkoopste oplossing om meer zitplaatsen te maken was het wegbreken van de pilaren waardoor de zijbeuken bij de kerkruimte konden worden getrokken. Van onder dikke kalklagen kwamen middeleeuwse schilderingen op de pilaren tevoorschijn… maar de sloper, hij sloopte voort. Twee grote ijzeren binten dragen nu het dak van de kerk.

Het interieur van de kerk

Pronkjuweel van de kerk is zonder twijfel de preekstoel. Hij is in 1758 geschonken door Anna van Hannover, de weduwe van stadhouder Willem IV. Oorspronkelijk is hij afkomstig van het Hof van Honselersdijk en hij is in 1646 door Dirck de MiIde vervaardigd voor stadhouder Frederik Hendrik. Het houtsnijwerk is zeer waarschijnlijk van de kunstenaar Pieter Roman. In het houtsnijwerk van de preekstoel vindt u de initialen van Frederik Hendrik en zijn gemalin Amalia van Solms.

Het orgel

In 1521 wordt al gesproken van een orgel. De reformatie van Calvijn bande het orgel echter uit de eredienst. Het leiden van de gemeentezang werd overgenomen door de voorzanger. Pas in 1874 kwam er weer een orgel in deze kerk, dankzij een legaat van

f 4.000,- van de Rotterdamse koopman Willem Kamphof. Dit orgel werd gebouwd door de bekende firma Bätz-Witte uit Utrecht. In 1983 onderging het orgel een ingrijpende restauratie waarbij het werd uitgebreid met enkele registers en werd verrijkt met een fraai orgelfront, afkomstig uit de Nieuwe Kerk te Vlaardingen aan de Binnensingel.

De spreukborden

De spreukenborden uit 1616 en 1653, vervaardigd door Wateringse schoolmeesters, zijn zeer de moeite waard. Zij bevatten respectievelijk teksten uit de Spreuken van Salomo en de Brieven van Paulus en Petrus. Het grote Tiengebodenbord uit 1820 is gemaakt door Dirk Fortuin Harreman, die schoolmeester was van 1811 tot 1859. Hij gebruikte hiervoor een bord van veel ouder datum. De predikantenborden zijn gemaakt van eikenhout dat uit de kerk vrijkwam bij de restauratie van 1936. Zij zijn een cadeau van de bouwvakkers die aan de restauratie van de kerk gewerkt hebben.

Heden

Hoewel in het nabije verleden het middeleeuwse karakter van de kerk verloren is gegaan, is er toch nog iets van de klassieke sfeer behouden gebleven. Bovendien spant het huidige kerkbestuur zich ten zeerste in om de kerk weer iets van haar oude aanzien terug te geven. Zo werd in 1985 en in 2004 de vloer weer betegeld met natuurstenen zerken, in het eerste geval zelfs met de oorspronkelijke uit 1936. Er werden lampen vervangen door drie zeer kostbare messing kronen. En in de eerste helft van 2008 is de doopkapel gerestaureerd.

Bron: Publicaties Historische Werkgroep Oud Wateringen en Kwintsheul en dhr. F.C. Groen

De toren van de Hervormde kerk

Geschiedenis
De kerktoren aan het Plein is het oudste gebouw van Wateringen. Hij is rond 1350 gebouwd bij een kapel uit 1250 die rond 1450 werd vervangen door een kerk.

De toren heeft een hoogte van ongeveer 43 meter en de omloop ligt op zo’n 21,5 meter. In vroeger eeuwen was de toren aanmerkelijk lager. Bij de restauratie in 1715 werd er een verdieping opgezet waardoor de klokken hoger kwamen te hangen. Dat de klokkenzolder vroeger lager was is van buitenaf nog goed te zien aan de dichtgemetselde galmgaten. De stompe spits maakte bij deze restauratie plaats voor een scherpe. De tekening rechts uit 1650 toont u de lage toren met stompe spits.

In 1587, kort nadat de kerk in protestantse handen overging, was het de schoolmeester die de zorg droeg voor de kerk. Zo moest hij niet alleen het torenuurwerk opwinden en smeren, maar was hij ook koster, voorzanger (omdat een orgel in die tijd niet was toegestaan), klokkenluider en begrafenisdienaar. Dit is eeuwenlang zo doorgegaan totdat er in 1859 door de gemeente een katholieke schoolmeester op de (openbare) school werd aangesteld. Dit lokte wel enig protest van de Kerkenraad uit, maar tevergeefs. De scheiding tussen het schoolmeester- en kosterschap was een feit. De kerkvoogdij stelde Cornelis Valstar aan als eerste echte koster.

Tot 1797 was de toren eigendom van de kerk. In dat jaar echter verklaarde Napoleon per decreet dat alle kerkelijke bezittingen aan de staat vielen, dit als een van de maatregelen om kerk en staat te scheiden. De kerktorens waren bovendien ook nog eens uitstekende uitkijkposten. In 1798 stelde hij de torens onder gemeentelijk beheer. Die waren zeer gebrand op dit bezit: Het uurwerk bracht namelijk orde en regelmaat onder de dorpelingen, de klokken konden alarm slaan bij brand of ander gevaar en bovendien werden de gevangenen en de brandspuit in de toren bewaard. Tot op de dag van vandaag is de gemeente eigenaar van deze toren.

In 1882 kreeg de kerk het zwaar te verduren. Op woensdagmiddag 14 juni werd de torenspits door een felle blikseminslag getroffen, waarop brand uitbrak in het midden van de spits en aan de top. De brandweer slaagde er in de brand in het midden te blussen, maar de bovenkant van de spits kon men niet bereiken. Er bleef niets anders over dan kerk en toren nat te houden, om de brand tot de spits te beperken. Door de brand verzwakte de spits, waardoor op een kwaad moment het brandend kruis omlaag kwam en op het kerkgebouw neerkwam. Men vreesde het ergste voor het nieuwe orgel (1874) en de zojuist gerestaureerde preekstoel (1881). Maar het lukte met de inmiddels te hulp gekomen stoombrandspuit uit Den Haag de ontstane brand te blussen. Kerk en toren bleven behouden, maar de spits was totaal verwoest.

In september van datzelfde jaar stond er al weer een nieuwe spits op de toren. Een metalen plaat met de namen van de ambachtslui die het werk hebben uitgevoerd, bevindt zich hoog in de torenspits.

Door jarenlang gebrek aan geld (denk aan de crisisjaren en de oorlog) en gehakketak tussen

de gemeente en het kerkbestuur kreeg de toren, die reeds lange tijd in een zeer slechte toestand verkeerde, pas in 1979 de broodnodige aandacht. Door samenwerking tussen het kerkbestuur en de gemeente werden zowel de toren als de voorgebouwen van de kerk aangepakt. Architect was Ir. Van der Kloot Meyburg en de uitvoering was in handen van de firma Huurman uit Delft. Bij deze restauratie werd ook de beiaard geplaatst.

Belangrijk voor de toren is ook het jaartal 1969. Toen kregen zowel de toren als de kerk de status van rijksmonument. Hiermee is het bouwwerk verzekerd van aandacht tegen verval.

Cachot

Het interieur van de toren straalt door zijn eenvoud een tijdloze rust uit. Toch zijn er twee zaken te vinden die bijzondere aandacht verdienen.

Op de eerste zolder staat een heuse gevangenis, in de volksmond bekend als het cachot. De toren is eeuwenlang logeerplaats geweest voor de criminelen van Wateringen. Maar het is voor te stellen dat het moeilijk was om een onwillige of dronken arrestant de trap op te krijgen. Daarom werd er in later tijd gebruik gemaakt van de doopkapel op de begane grond die voor dit doel geschikt was gemaakt.

In 1921 kwam er een einde aan het gevangen zetten “onder de toren”. In dat jaar namelijk betrok het gemeentebestuur het oude logement Huis ten Hoek dat als gemeentehuis en politiebureau was ingericht. Hierin zaten ook enkele gevangeniscellen.

Klokken en beiaard

Voor de oorlog had de toren twee luidklokken: de Sint Joris uit 1569 en de Tromp uit 1688. De laatste weegt 575 kg en heeft een doorsnede van 97,5 cm en is gegoten uit een oudere klok. Beide klokken werden door de Duitsers in 1942 geroofd om ze om te smelten tot oorlogstuig. De Tromp stond nog op de smeltkroes te wachten toen de Duitsers capituleerden. In 1945 kon hij weer op zijn oude plaats worden teruggehangen. Maar de Sint Joris was verloren.

Kort nadat eind jaren zeventig besloten was om de toren te restaureren, werd de stichting “Wateringse Beiaard” opgericht. De toenmalige gemeentesecretaris J.J. Schijven was de motor achter het initiatief om in de toren een beiaard geplaatst te krijgen. De gelden hiervoor werden uit de burgerij en het bedrijfsleven ingezameld.
De beiaard werd vervaardigd door de fa. Eysbouts uit Asten. De Tromp diende als grondtoon voor de overige 37 klokken. Het totaal van 38 klokken omvat drie octaven. Een van de nieuwe klokken kreeg dezelfde naam als de klok die verloren is gegaan: Sint Joris. Het randschrift op deze klok luidt: * SINT IORIS WAS MYN NAEM * MYN GELUYT WAS VOOR GODT BEQUAEM * DOOR SCHENNERSHAND GING IK VERLOREN * IN BURGERZIN BEN IK HERBOREN * MOGEN MIJN KLANKEN U BEKOREN *

Zaterdag 9 juni 1979 was voor Wateringen een feestelijke dag. Op grootse wijze werd de beiaard door het comité aan het gemeentebestuur overgedragen en in gebruik genomen.

Sindsdien worden de bewoners van Wateringen dagelijks op gezette tijden getrakteerd op een beiaardconcert. In het begin werd de beiaard aangestuurd door plastic ponsbanden. Sinds 1989 zorgt een computer voor de aansturing van de elektrische hamers.

Op de derde zolder staat een (stokken)klavier waarmee de beiaard, die zich een vloer hoger op de klokkenzolder bevindt, ook met de hand bespeeld kan worden.

In het voorjaar van 2007 heeft de beiaard een restauratie ondergaan.

Bron: Publicaties Historische Werkgroep Oud Wateringen en Kwintsheul en dhr. F.C. Groen

Bekijk Hervormde Kerk Wateringen

Plattegrond

Details

Bouwjaar
1350
Type monument
Rijksmonument
Type object
Kerk
Adres
Plein 9, 2291 CA Wateringen