N28 Joodse begraafplaats

Aan het eind van de 18e eeuw groeide het aantal Joden in het Westland sterk, waardoor het begraven in Den Haag problematisch werd. In 1798 werd Salomon Abraham van Vollenhove als eerste en in 1938 Mozes van Leeuwen als laatste  hier begraven.
Het metaheerhuisje (reinigingshuisje) werd evenals het smeedijzeren hek in 1967 afgebroken bij het verbreden van de Opstalweg.
Rond 1900 nam het aantal Westlandse Joden sterk af als gevolg van de industrialisatie. In 1925 werd de Nederlands Israëlitische Gemeente Naaldwijk opgeheven en toegevoegd aan de Nederlandse Israëlitische Gemeente ’s-Gravenhage, waarmee de eeuwige grafrust werd gecontinueerd, evenals het recht van begraven.

In 1794 werd door Hijman Emanuel de Bok uit Naaldwijk en Mozes Jacob van Praagh uit ’s-Gravenzande een stuk land verworven voor het realiseren van een Joodse begraafplaats. Het was een stuk ‘geestland’ van vijfentwintig roeden groot (± 350 m2), gelegen in de nabijheid van de Opstalweg. Er werd bedongen dat het om eeuwigdurende erfpacht ging. In 1849 werd de vrij kleine begraafplaats uitgebreid.

Kadasterkaart uit 1832 met ingetekend de Joodse begraafplaats (met de wat bijzondere naam ‘kerkhof’).

Nadat slager Philip Levy van Gelderen zich als eerste Joodse ingezetene rond 1751 in ’s-Gravenzande vestigde, was de Joodse gemeenschap in het Westland aan het eind van de 18e eeuw sterk gegroeid. Dat bracht de noodzaak met zich mee meer nabij te kunnen begraven. De Joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg in Den Haag was te ver weg gelegen, waardoor naleving van de Joodse wet – dat zo snel mogelijk begraven moet worden – nauwelijks kon worden nagekomen.

De Bok en Van Praagh, waren de twee leidende bestuurders (parnassiem) van de Joodse gemeente in ’s-Gravenzande.  De eerste Joden in het Westland vestigden zich hier. Later werd Naaldwijk het centrum van de Westlandse, Joodse gemeenschap. Met de begraafplaats, de vestiging van een sjoel in 1807 en de stichting van een school met mikwe in 1823.

Slager Salomon Abraham van Vollenhove uit Wateringen werd in 1798 als eerste begraven aan de Opstalweg. Mozes van Leeuwen, slager uit Naaldwijk, is hier in 1938 vooralsnog als laatste begraven.

In 1884 is er een metaheerhuisje gebouwd, dat al in 1911 werd vervangen. Die nieuwe huisje is in 1967 weggebroken, vanwege het verbreden en rechttrekken van de Opstalweg. Ook het fraaie smeedijzeren hek is in die tijd verdwenen.

Metaheerhuisje en sierhek vóór de afbraak in 1967. Collectie ErfgoedWestland

Als gevolg van de industrialisatie nam aan het begin van de 20e eeuw het aantal Westlandse Joden sterk af. De meesten trokken naar de grote stad. De begraafplaats werd in 1928 overgedragen aan de gemeente Naaldwijk, waarbij eeuwige grafrust werd vastgelegd. De Joodse Gemeente Den Haag werd eigenaar en kreeg het recht van begraven. De gemeente Naaldwijk en daarmee later de gemeente Westland hebben de onderhoudsplicht op zich genomen.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw waren nog 38 stenen stenen aanwezig , waarvan 36 liggend en twee staand. Heden ten dage is alleen nog de steen van Roosje van Leeuwen, getrouwd met Levi van Leeuwen, staand aanwezig.

Naast de 31 grafstenen die nu nog zichtbaar zijn is in 1993 onder de bezielende leiding van Selma Jakobs-Van Praagh een herdenkingssteen van de familie Lambert Joseph van Praagh opgericht. Er wordt verondersteld dat onder het oppervlak nog ca 5 stenen liggen. De TU Delft heeft hiernaar onderzoek gedaan. Op de uitkomsten wordt nog gewacht.

De Joodse begraafplaats aan de Opstalweg is op instigatie van het Genootschap Oud-Westland sinds 2009 een gemeentelijk monument. Op 15 januari 2018 is de Stichting Joods Westland opgericht met als eerste speerpunt de restauratie van de Joodse begraafplaats.

Lees meer
Lees minder

Bekijk N28 Joodse begraafplaats

Plattegrond

Details

Bouwjaar
1798
Type monument
Type object
Begraafplaats
Adres
Opstalweg 20 Naaldwijk